zaterdag 17 oktober 2015

Kop van Noord-Holland vervolg: Kleiput Vatrop, Wieringen

Kleiput Vatrop en Den Oever werden het eind van onze verkenning langs de Waddenkust van Noord-Holland, zie het vorige blog.


Deze plas is ontstaan door kleiwinning voor de aanleg van dijken. Het is een natuurgebied geworden, dat door Staatsbosbeheer wordt beheerd. Door een sluisje is er een open verbinding met de Waddenzee, waardoor vers zeewater kan binnenstromen. De dijk tussen de Waddenzee en de kleiput is niet zo hoog. Bij hoog water en storm kan het hele gebied onder water lopen.


Alle soorten zout- en brakwaterflora ken ik niet, maar het leverde in ieder geval prachtige kleuren op. Ook hier was de zeeaster present. Des te meer verraste het me om in deze ziltige omgeving ineens de blauwe flits van een ijsvogel te zien. Had ik het wel goed gezien? Jazeker, een onduidelijke foto leverde thuis het bewijs en andere bezoekers wisten zelfs aan te wijzen waar hij zijn nest had! Aan de rand van het eilandje stond een lepelaar doodstil een tukkie te doen. Verder was het er heel stil. Maar dat is niet altijd zo! Eind augustus schijnen hier duizenden sterns langs te trekken en te rusten en in het voorjaar wordt er door verschillende vogelsoorten gebroed.



Richting Den Helder trok een groep wadlopers voorbij, wat zullen ze genoten hebben van het mooie weer, de blauwe luchten en de vele vogels waar ze tussendoor liepen! Het was inmiddels half drie en het water begon duidelijk hoger te komen.


 Het leek ons een goed moment om in afwachting van het hoge water even een lekker vishapje te gaan nuttigen in Den Oever. Voor we teruggingen naar Vatrop, hebben we nog even in het vissershaventje sfeer opgesnoven. Zaterdagochtend is hier de verse vismarkt, maar nu was het rustig en de netten hingen of lagen te drogen.





Half vijf, terug bij de kleiput. Het zeewater klotste nu wel tegen de voet van de dijk aan, maar onze hoop dat de dijk als toevluchtsoord door vele vogels zou worden gebruikt, bleek ijdel. Waar waren ze allemaal gebleven, al die vogels van de slikken?
Over het smalle dijkje tussen het wad en de kleiput liepen we. Graspiepers vlogen in groepjes af en aan. En langzaam maar zeker werd het duidelijker. De dijken bij Vatrop vormen met de dijk van de havenmond van Den Oever een holle bocht waartussen de zandbanken en kwelders nog droog lagen. Daar zagen we steeds meer vogels en bij nadering bleken ze rijendik de zandbanken te bevolken, rustend of nog fouragerend.


We konden nog niet goed zien met welke soort we hier van doen hadden, maar het waren er veel!


Eenmaal dichterbij trokken we de conclusie: goudplevieren, een paar duizend...
Meer naar het water doe liepen bergeenden en wulpen, meeuwen scheerden door de lucht en langs de waterrand konden we nog meer bergeenden en vele kluten onderscheiden. Die liepen nog druk met hun kromme snavels door het water te zwaaien.



Weer wat naderbij verbaasden we ons over hoe de verschillende vogels soort bij soort keurig op rij zaten. Vooraan de goudplevieren, dan een rij meeuwen en die vormden zeker niet de meerderheid, daarachter een geschatte (minstens) vierhonderd scholeksters. Dat vereist goed kijken want op flinke afstand kun je je gemakkelijk vergissen met de eveneens zwartwitte bergeenden. Helemaal achteraan een paar honderd wulpen. Kieviten waren er ook wel, maar niet in grote getale. Ook hebben we enkele zilverplevieren gespot en onderaan de dijk liepen drie steenlopers. In de blubber houd je geen schone pootjes!



Het wachten was toch wel op een moment dat al die plevieren door iets opgeschrikt zouden worden, waardoor ze massaal de lucht in zouden gaan. Af en toe leek het even te gaan gebeuren, maar we moesten nog wel wat geduld hebben totdat ......................


 Daar gingen ze! Woesssjj!  In een grote wolk naar links en rechts ..... en nog eens.... oplichtend tegen de hemel en de zee .... een kakofonie van een fluitorkest.....tot ze het goed genoeg vonden om weer in één beweging te landen en een prettig plekje te zoeken. Een prachtige belevenis!






We hebben er een tijdlang van genoten totdat het tijd werd om naar huis te gaan. Een eenzame lepelaar (waarschijnlijk die slaper van de kleiput) kwam aanvliegen en begon onmiddellijk de vloedlijn aan te vegen en daarmee sloten we deze mooie dag af. Om vast en zeker nog eens terug te komen.


Meer informatie op: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vatrop
http://www.villanieuwland.nl/activiteiten/wandeling-langs-de-waddenzee-vanuit-villa-nieuwland
http://www.pagowirense.nl/wr-vatro.asp

Langs de Waddenzee in de Kop van Noord-Holland: Balgzand en Wieringen


In verschillende natuurtijdschriften hadden we het afgelopen jaar iets gelezen over het Balgzand en het Amstelmeer in de kop van Noord-Holland. Voorheen zou ik er niet zo bij stilgestaan hebben, maar hier, aan de noordoostkant van Noord-Holland vind je een stukje Waddenzee.
Op deze zonnige septemberzaterdag besloten we daar eens een kijkje te gaan nemen. Nog voor half tien begonnen we onze verkenningstocht bij informatiecentrum 't Kuitje. Dat ligt ten zuidoosten van Den Helder naast de Spuisluis Oostoever.
't Kuitje was helaas gesloten, maar er staan wel een paar informatieborden over de sluis en het Balgzand. Deze spuisluis loost bij eb overtollig boezemwater van de Amstelmeerboezem op de Waddenzee.


Vanuit geologisch oogpunt is het Balgzand een betrekkelijk jong gebied. In de Romeinse tijd was er een uitgestreikt veengebied, dat zich achter strandwallen van de Noordzeekust had ontwikkeld. Tussen 800 en 1300 n.Chr. waren er diverse Noordzee doorbraken, waarbij de zeegaten Zijpe, Heersdiep en Marsdiep ontstonden. Pas toen ontstond het wadden- en kweldergebied van het Balgzand.
Tegenwoordig behoort dit tot de belangrijkste vogelgebieden van onze provincie. Tegen de dijk hebben zich schorren gevormd die een belangrijke vluchtplaats zijn voor de vele vogels die bij eb hun voedsel op de slikken zoeken. In het voorjaar dienen ze als broedplaats voor wadvogels en steltlopers zoals de kluten en lepelaars.


Het was niet het goede moment om van dichtbij veel vogels te zien, want het was eb. We hebben een stukje over de dijk gelopen en zagen beneden ons een enkele scholekster, een paar wulpen en een paar tureluurs op de modderige zandbanken scharrelen in gezelschap van wat meeuwen. Ook een vijftal kleine zilverreigers had er een rustplekje gevonden. Op de voorste zandbanken waren er vooral meeuwen, op een eilandje bij de dijk rustten een paar Canadese ganzen en een groep eenden, maar voor de rest moesten we onze blik met verrekijker toch op de verre slikken richten.
Daar bewogen zich duizenden stipjes, te ver om goed te kunnen onderscheiden om welke soorten het ging. We stelden ons tevreden met het weidse uitzicht en de prachtige wolkenlucht.


De vogelkijkhut bij de Van Ewijcksluis was ons volgende doel. Maar ja, eb is eb en ook hier viel weinig te beleven, behalve een grote zwerm spreeuwen die op en neer zwenkte. De kwelders onderaan de dijk zijn hier meer begroeid, waardoor de wadrand roodbruin kleurde.



Bij het Balgzand kun je nergens wandelen en dat vonden we wel jammer. We waren dan ook blij met de tip van een echtpaar, dat er aan de overkant van het Amstelmeer de mogelijkheid is om - ook met de auto - op de dijk langs de Waddenzee te komen. De dijk, die het Amstelmeer van de Waddenzee scheidt, noemt men hier de Kleine Afsluitdijk. In de riet- en graslanden tussen de dijk en het meer zagen we wel wat ganzen, maar het leek niet echt de moeite om op dit moment hier naartoe te gaan en daarom besloten we onze weg te vervolgen. Eenmaal aan de overkant is er een afslag naar een landweggetje (Dam) dat naar camping Zeezicht leidt en daar uitkomt op de Waddendijk. We vonden er een parkeerplaats en hebben vandaar een eind over de dijk gelopen om te genieten van hemelse verten en wolkenluchten.





Ook hier zochten een enkele scholekster en wulp en wat bergeenden hun kostje onder de dijk bij elkaar, maar voor hun vele soortgenoten hadden we weer de verrekijker nodig. De dijken en weiden (schapen) ter rechterhand trokken echter andere gevleugelden, dichterbij. Een valk kwam voorbijvliegen met een prooi tussen de poten en verschillende soorten zangvogels zoals graspiepers en tapuiten zochten naar voedsel in het gras en kruiden of gebruikten de paaltjes als uitkijkpost.






Met de auto vervolgden we onze weg naar het noordoosten over de dijk die van hier een stukje landinwaarts buigt. We reden door een mooi agrarisch gebied met verspreide boerderijen - wat is het hier nog landelijk! - en kleine woonkernen om tenslotte weer uit te komen bij een parkeerplaatsje aan de voet van de Waddendijk, waar een trap weer toegang gaf tot de Wadden.


Hier is nog een oude, betonnen stormkering. Bij harde noord/noordwestenwind slaat het water hierover. Iets landinwaarts is de zeedijk, vroeger een tuimeldijk en in 1994 op Deltahoogte gebracht. Als een van de laatste dijken trouwens, want er is jarenlang strijd geweest tussen een aantal boeren uit Stroe en Rijkswaterstaat, omdat de boeren de nieuwe zeedijk liever bij het water wilden hebben, zodat hun vee binnendijks zou lopen. Dat pleit hebben de boeren verloren, zoals we ter plekke konden constateren.



Zeeasters groeien in getijdengebieden op de vloedlijn. Hier zowel voor als achter de stormkering.




Het water leek te gaan stijgen en daarmee kwamen ook de vogels iets meer binnen ons gezichtsveld.
Heel veel bergeenden en kluten konden we onderscheiden. Water en lucht lijken ver weg ongemerkt in elkaar over te lopen.



We vervolgden onze weg door het binnenland en passeerden de Museumboerderij van Jan Lont. Die bewaren we voor een volgende keer. Zo bereikten we op goed geluk Vatrop en daar zouden we met het opkomende tij duizenden vogels van meer nabij waarnemen.

Voor meer informatie over Balgzand e.o: http://natuurkaart.nl/gebied/432/
Een interessante website over het deel van de Wieringermeer: http://www.villanieuwland.nl/activiteiten/wandeling-langs-de-waddenzee-vanuit-villa-nieuwland